|
De jaargang Schooljaar 2010-2011 bestaat uit de volgende 12 titels:
1 – Karel en Elegast (12e eeuw), de eerste van vier jaarlijkse ‘ridderboeken’, met een schat aan informatie over de ‘riddertijd’. 2 – Reinaert de vos (begin 13e eeuw). Herdruk van het intussen wellicht bekendste bulkboek met de prachtige hertaling van Ernst van Altena. 3 – Beatrijs (13e eeuw), een van de mooiste liefdesverhalen uit de geschiedenis, met de integrale tekst, en een prachtige respectvolle hertaling-op-rijm van Willem Wilmink. 4 – Mariken van Nieumeghen (16e eeuw), een voor alle scholieren herkenbare ‘loverboy story’, en een prachtige schildering van het dagelijks leven in de Middeleeuwen, ook virtuoos hertaald door Willem Wilmink (naast het volledige origineel in Middelnederlands). 5 – Wonderlicke avontuer van twee goelieven (1624), de minst bekende (want pas recent herontdekte) titel in deze reeks, over de liefde van een Nederlandse huursoldaat voor zijn meisje dat hij trouw blijft, door alle realistisch beschreven godsdienst oorlogen en veldslagen heen. Een prachtig tijdsdocument met een happy end. 6 – Het journaal van Bontekoe (1647), in de sobere en onopgesmukte hertaling van Lennart Nijgh in ere hersteld als het mooiste reisverhaal uit de 17e Eeuw. 7 – Het wederzijds huwelijksbedrog (1712), het verrassend moderne toneelstuk van Pieter Langendijk, op verzoek van erg veel docenten. Voortaan opvoerbaar in elke klas of aula. 8 – Opkomst en val van een koffiehuisnichtje (1727). Opnieuw een werk dat pas recent een plaats in de literatuurgeschiedenis heeft verworven (omdat Jacob Campo Weyerman bekender was als schilder?). Een tragisch liefdesverhaal (“Ik was ongerust als ik hem niet zag, en ik was niet gerust als ik hem zag”. Welke scholier herkent zich daar niet in?). En een juweel van een verhaal om de alledaagse wereld van de 18e eeuw, en vooral de stadswereld met haar uitgaansleven, te leren kennen door de ogen van een mooi jong meisje van het platteland. 9 – Sara Burgerhart (1782). Eindelijk in moderne spelling, en ingekort (maar ‘geen bomen gekapt, alleen wat gesnoeid’), en de vele door de dames zelf verzonnen woorden en uitdrukkingen blijven door de context zelfs voor de huidige jonge lezers begrijpelijk. 10 – Camera Obscura (1839) (een groot deel daarvan althans), prachtig hertaald door Ivo de Wijs, en rijk geïllustreerd met mode, etiquette en gewoontes in de 19e eeuw. 11 – Woutertje Pieterse (1862-1877), het ‘andere meesterwerk’ van Multatuli, samengesteld uit de vele afleveringen en liefdevol hertaald door Ivo de Wijs. 12- De kleine Johannes (1885-1906) van Frederik van Eeden, in moderne spelling voor jonge lezers opnieuw een betoverende novelle. Uiteraard uitgevoerd in Jugendstil en aangevuld met ‘de mooiste gedichten’ van die andere Tachtiger, Willem Kloos. |
